Binnen 24 uur na het begrotingsakkoord had RTL Nieuws de Prinsjesdagstukken al in handen. Dat leverde het nodige arbeidsmarkt gerelateerd nieuws op. Er was sprake van uitstel en van afstel.
Het stond al langer vast dat de maximale duur van de WW-uitkering zou worden verkort. Wat 24 maanden is, zou 18 maanden worden. 1 januari 2027 was de beoogde datum, maar die bleek niet haalbaar. Het zou 1 januari 2028 worden. Maar ook die datum lijkt niet meer juist. De nieuws datum is 1 januari 2029. Bovendien zou het dan niet meer gaan om een vermindering van 24 naar 18, maar naar 12 maanden.
UWV
Het beperken van de maximale duur van de WW-uitkering was een van de bezuinigingsmaatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord. Het doel daarvan was om 200 miljoen euro per jaar te besparen op de Werkloosheidswet. Een en ander moest in gang gezet zijn op 1 januari 2027, maar voor de uitvoerende instantie van de WW, het UWV, bleek die datum niet haalbaar. Vandaar het uitstel met eerst een jaar, en naar nu blijkt, met nog een jaar.
Langdurig verzuim al langer een probleem
Andere lekkages
Uit de stukken blijkt dat de veelbesproken en omstreden verlaging van de ZW-uitkering voor zwangere vrouwen van tafel is. De zogenoemde ‘bevalboete’ gaat niet door.
Er zou ook 2,8 miljard euro op de AOW worden bezuinigd. Die is definitief geschrapt.
Het voornemen om de AOW-leeftijd versneld te verhogen, heeft het eveneens niet gehaald. Het kabinet heeft de intentie om vanaf 2033 aan elk jaar toegenomen levensverwachting een jaar verhoging van de AOW-leeftijd te koppelen; momenteel is dat 8 maanden.
Uitstel is er voor de het schrappen van de compensatieregeling van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten. 1 januari 2027 wordt hier 1 januari 2028. Dit uitstel is vooral een gevolg van de dreiging met acties door zowel werknemers- als werkgeversorganisaties. Zij waren fel tegen de aangekondigde bezuinigingen op de sociale zekerheid.
En dan is er nog afstel voor de geplande verlaging van het maximumdagloon. Dat zou 20% verlaagd worden, met als gevolg een verlaging van de hoogte van WW-, ZW- en WIA-uitkering bij de hogere inkomens.