Wie in ons land van werkgever verandert, verandert in meer dan de helft van de gevallen ook nog eens van bedrijfstak. Een onlangs uitgevoerde analyse van De Nederlandsche Bank (DNB) wijst dat uit. Geen slechte ontwikkeling concludeert DNB, want de arbeidsmobiliteit draagt zo bij aan doorstroming tussen bedrijven, en aan de herverdeling van werk tussen sectoren. Op die manier komen werknemers daar terecht waar hun waarde het grootst is, zowel voor de economie als de maatschappij.
In de analyse hielden onderzoekers Maikel Volkerink, Astrid Reuland en Cindy Biesenbeek de data van de afgelopen 15 jaar tegen het licht. Daaruit bleek dat in die periode elk jaar 1 op de 6 werknemers op een andere werkplek terechtkwam. 1 op de 11 wordt zelfstandige, werkloze of gaat met pensioen.
Die arbeidsmobiliteit beweegt lichtjes mee met de economische conjunctuur zonder een duidelijke daling of stijging. Alleen in de coronatijd (2020-2021) nam de arbeidsmobiliteit sterk af. Men bleef toen zitten waar men zat.
Verschillen per sector
De verschillen tussen groepen werknemers en tussen sectoren zijn soms groot. Lang niet alle werknemers die van werkgever veranderen, blijven actief binnen dezelfde bedrijfstak. Ongeveer 57% van de werknemers die van de ene baan naar de andere overstappen, verandert ook van arbeidssector, maar de verschillen zijn soms groot. In relatief kleine sectoren – water & afval, energie, delfstoffenwinning – stromen 4 van de 5 werknemers naar een andere sector. Ook in de sectoren cultuur & recreatie, facilitaire dienstverlening en agrarische is het ‘verloop’ vrij groot.
Daartegenover staan de sectoren waar werknemers hun sector ‘trouw blijven’. Toppers zijn zorg & welzijn en de financiële sector. Wie daarin werkzaam is, blijft daar meestal werkzaam. Dat geldt voor meer dan 7 van de 10 werknemers in die sectoren. De onderzoekers concluderen dat vaardigheden en ervaring in deze sectoren sectorspecifiek zijn en goed overdraagbaar zijn tussen vergelijkbare werkgevers.
Uitzendsector en handel
De meeste bedrijfstakwisselaars blijken te vinden te zijn in de uitzendsector en de handel. Werknemers lijken deze sectoren te gebruiken als tussenstap naar werk in andere bedrijfstakken. Dit gebeurt vaker als een werknemer een flexibele arbeidsrelatie heeft – oproepkracht of uitzendkracht -dan als hij een vast contract heeft.
Tot slot. Het onderzoek toont verder aan dat de kans op baanwisseling kan toe- of afnemen op basis van vijf criteria. Hoe theoretischer de vooropleiding, hoe kleiner de kans; hoe jonger de werknemer, hoe groter de kans; hoe vaster het arbeidscontract, hoe kleiner de kans; hoe lager het aantal wekeljkse werkuren, hoe groter de kans; hoe groter de onderneming, hoe kleiner de kans. Tussen mannen en vrouwen die van baan wisselen is het verschil te verwaarlozen. Wil je meer lezen over hoe de arbeidsmarkt verandert? Lees hier dan onze arbeidsmarktupdate!