De sterke loongroei aan het begin van het jaar heeft zich niet doorgezet. In het tweede kwartaal van 2026 is de stijging van de salarissen in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (mkb) flink afgevlakt. Dat blijkt uit de nieuwste Loonindex van Van Spaendonck, die is gebaseerd op de geanonimiseerde loonstroken van 1,2 miljoen werknemers in Nederland.
Dat de groei afvlakt is niet vreemd: de meeste loonaanpassingen worden traditiegetrouw aan het begin van het jaar doorgevoerd. Het mediane salaris, het salaris waarbij exact de helft meer en de helft minder verdient, kwam dit kwartaal uit op € 3.605,-. Dit is een minimale stijging van 0,13% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. Het gemiddelde salaris nam iets meer toe en steeg met 0,22% naar € 4.134,-. Het minimumloon veranderde niet en bleef staan op € 2.560 euro.
Flink hoger
Als we verder in de tijd terugkijken, dan zijn de lonen sinds 2018 flink gestegen: het mediane salaris nam cumulatief met bijna 38% toe. Daarmee zijn de salarissen iets harder omhoog gegaan dan de inflatie. Die lag tussen 2018 en nu op 32,4%, blijkt uit cijfers van het CBS.
Opvallend is dat het wettelijk minimumloon in diezelfde periode nóg sneller steeg. In 2018 lag het mediane salaris nog 65% boven het minimumloon, inmiddels is dat verschil afgenomen tot 40,84%.
Werknemers die buiten een cao vallen verdienen nog altijd fors meer, maar het gat wordt kleiner. Sinds 2018 stegen de cao-lonen met 39%, tegenover ruim 32% voor banen zonder cao. Het salaris zonder cao ligt momenteel 14,4% hoger dan binnen een cao.
Limburg
Waar een bedrijf staat of waar een werknemer werkt, heeft nog altijd veel invloed op de hoogte van het loon. De hoogste salarissen in ons land worden verdiend in de provincie Utrecht: € 3.885,-. Limburg is met € 3.446,- het op twee na slechtste jongetje van de klas. Alleen werknemers in Groningen (€ 3.384) en Zeeland (€ 3.299,-) moeten het met minder loon doen. Het afgelopen kwartaal ging het gemiddelde salaris in de provincie het meest omhoog – 0,55% - terwijl in Limburg de stijging het geringst was: 0,02%. In Zeeland daalde het salaris zelfs, met 0,1 %.
Loonkloof
De ongecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen neemt stap voor stap af. Dat is mede te danken aan de nieuwe wettelijke verplichting - sinds 1 juni - om vrouw en man in een vergelijkbare functie hetzelfde salaris te geven. Mediaan verdient een man nu € 3.763,- en een vrouw € 3.411,-. Vrouwen verdienen daarmee gemiddeld 9,4% minder dan mannen. Voor de helderheid. Het gaat om de ongecorrigeerde loonkloof. Een belangrijk deel van dit verschil is te verklaren door factoren zoals het aantal werkuren, de specifieke functie en de opgebouwde werkervaring.
Hardste stijgers
De loonontwikkeling verschilt sterk per beroepsgroep en sector. Dit kwartaal sprongen er een aantal duidelijk uit. De top 3 van ‘stijgende functies’ bestond uit project consultant (+4,8%), welzijnsmedewerker (+4,7%) en signmaker (+4,6%). Kijkend naar de sectoren, was dit de top 3: telecommunicatie (+3,3%), uitzendbranche (+2,1%) en suikerverwerkende industrie (+2,0%).