Simone Gerono (62) had het prima naar haar zin. Ze werkte al 36 jaar, onder meer bij het Huis voor de Sport Limburg, met name als provinciaal coördinator MBvO en JOGG. Bewegen voor ouderen en gezondheid liep als een rode draad door haar loopbaan. Een andere job hoefde niet zo nodig. Laat staan dat ze op haar 59ste nog directeur wilde worden.
Toen ze in 2023 werd benaderd om te solliciteren op de vacature voor directeur van Senioren Limburg, was ze dan ook zeer verrast. Als ze de functie-eisen eerder had gezien, had ze de vacature waarschijnlijk meteen terzijde geschoven. „Ik dacht: dat is wat te hoog gegrepen voor mij.” De vertrekkende directeur dacht daar anders over en spoorde haar aan toch te solliciteren. Gerono schreef een brief en werd tot haar eigen verbazing aangenomen. Bang om de stap te zetten was ze vervolgens niet. „Ik dacht ook: als het onverhoopt misgaat, kan ik altijd weer les gaan geven.”
Zo werd ze op haar 59ste ineens directeur. Niet gepland, niet naar gezocht, maar een kans die ze achteraf niet had willen missen. Is ze er gelukkiger van geworden? Ze denkt even na. „Ik was al gelukkig en ben dat nog steeds. Ik ben vooral blij dat ik deze mooie baan heb en in deze functie echt iets voor ouderen kan betekenen.”
Eindverantwoordelijkheid
Het verschil met haar vorige werk zit vooral in één woord: eindverantwoordelijkheid. „Als coördinator was ik ook verantwoordelijk, maar toen niet voor personeel en nu ben ik degene die uiteindelijk moet beslissen.” Soms moet ze een besluit nemen waar ze zelf niet per se enthousiast over is. „Dan moet je toch door die zure appel heen bijten. De continuïteit van de organisatie staat op één.” Bij haar aantreden vroeg ze het bondsbestuur en haar medewerkers nadrukkelijk om haar te helpen. „Die ondersteuning heb ik ruimschoots gekregen. Ik voelde en voel me gedragen. We hebben een fantastisch team.”
Op haar royale bureau ligt intussen een flinke stapel leesvoer klaar voor de verslaggever: brochures over Senioren Limburg en enkele exemplaren van ONS, het magazine van de organisatie. Senioren Limburg telt circa 25.000 leden, verdeeld over bijna honderd lokale afdelingen in de provincie. „We zitten tot in de haarvaten van de provincie en weten wat er leeft.”
Vrijwilligers organiseren onder meer workshops, beweegactiviteiten, uitstapjes en bijeenkomsten, zoals samen lunchen. Ouderen komen er niet alleen om actief te blijven, maar vooral ook om anderen te ontmoeten. Gerono weet hoeveel energie vrijwilligers daarin steken. Daarom neemt ze ook 's avonds de telefoon op als iemand haar nodig heeft. „Die mensen maken Senioren Limburg tot wat het is. Ze stoppen er ontzettend veel tijd in, dus ik laat ze niet wachten.”
Liever senioren
Dat ouderen haar werkterrein zouden worden, lag aanvankelijk niet voor de hand. Gerono studeerde in 1985 af aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en gaf daarna les aan kinderen. Toen ze Meer Bewegen voor Ouderen ontdekte, begon ze ook lessen voor senioren te geven. „Ik merkte dat ik die doelgroep eigenlijk nog leuker vond dan kinderen. Ze zijn gemotiveerd en winnen echt veel bij bewegen.” En niet alleen lichamelijk. „Ze horen ergens bij, ontmoeten andere mensen. Dat geeft nog een extra gezondheidseffect bovenop het bewegen.” Voor Gerono draait het uiteindelijk om kwaliteit van leven verbeteren door mee te doen.
In 1987 kwam ze via haar lessen in contact met het Limburgse Groene Kruis en werd ze parttime consulent Meer Bewegen voor Ouderen. Uiteindelijk hield ze zich 36 jaar op provinciaal niveau bezig met bewegen voor senioren. Toen de subsidie voor Meer Bewegen voor Ouderen veranderde, kwam die activiteit terecht bij de toenmalige KBO Limburg, nu Senioren Limburg. Inmiddels zijn er iedere week meer dan duizend beweegactiviteiten voor senioren in Limburg.
Een paar honderd uur meer
Als directeur wil Gerono vooral dat Senioren Limburg, de grootste Limburgse vereniging, als een belangrijke belangenbehartiger wordt gezien. Een vanzelfsprekende partner voor beleidsmakers, maar ook een organisatie die senioren zelf weten te vinden. Kortom: nog zichtbaarder worden. „Er gebeurt zoveel bij onze afdelingen, we hebben zoveel te bieden. In deze tijd, waarin omzien naar elkaar steeds belangrijker wordt omdat de zorg onder druk staat, zijn we lokaal een essentiële organisatie.” De nieuwe baan kost haar wel veel meer tijd. Ze ging van 28 uur naar meer dan fulltime. „Ik denk dat ik nu op jaarbasis wel 500 uur meer werk. Ik vind deze baan supermooi, al mis ik nu echt de tijd die ik vroeger wel had om lekker te sporten.”
Helemaal opslokken laat ze zich er niet door. Voor haar kleinkinderen Benjamin (4,5) en Olivier (2) maakt ze altijd tijd. Directeur of niet. „Elke week ben ik ook gewoon oppasoma.”