In ons land blijft het percentage fulltimers onder de beroepsbevolking de laatste jaren ongeveer gelijk, maar steeg het percentage parttimers explosief. Dat was vooral het geval bij de ‘grote deeltijdbanen’, zoals het CBS die noemt. Die grote deeltijdbanen - tussen 28 en 35 uur per week - blijken vooral geliefd bij mannen en vrouwen die kinderen hebben.
Eind vorig jaar hadden ongeveer 5 miljoen mensen in Nederland een fulltimebaan en 2 miljoen mensen een grote deeltijdbaan. 2,8 miljoen hadden een contract voor minder dan 28 uur per week. Vergeleken met de meting vier jaar eerder nam alleen het aantal grote deeltijders sterk toe. Het waren er 300.000 meer. Zowel een groeiend aantal mannen als vrouwen stapte over van een fulltime naar en grote deeltijdbaan.
Tweeverdieners
De verschuiving naar minder uren op de werkvloer brengt zowel voordelen als uitdagingen met zich mee. Zo verdubbelde in de afgelopen tien jaar het aantal stellen waarbij beide partners werken. Bij nog slechts één op de tien gezinnen is er nu nog sprake van een éénverdiener. Daarnaast kende het aantal koppels waarbij beide partners parttime werken een verdubbeling sinds 2016. Als bijna logisch gevolg daarvan worden taken in het huishouden en de zorg voor de kinderen steeds gelijker verdeeld.
Balans
Dan is er het verschil tussen generaties. De Millennials (geboren tussen 1981 en 1996) en Generatie Z (geboren tussen 1997 en 2012) zijn meer dan generaties voor hen op zoek naar balans in plaats van naar economische welvaart. Zij zien de 40- of 36-urige werkweek niet meer als standaard of vanzelfsprekend; ze zijn eerder tevreden met minder. Uit een onderzoek in opdracht van het dagblad Trouw bleek dat zij geestelijk en lichamelijk welzijn belangrijker vinden dan materieel bezit of status. Persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid staan hoog op hun wensenlijst.
Lonen stijgen harder
In de al jaren krappe arbeidsmarkt van Nederland moeten werkgevers daarom flexibeler dan ooit zijn om personeel te vinden. Ze boksen onder andere op tegen het feit dat de koopkracht van werkenden de afgelopen drie jaar sterker toenam dan de inflatie. Waar de werkende daardoor steeds makkelijker voor parttime kan kiezen - hij/zij kan met minder uren dezelfde uitgaven doen - wordt het voor de werkgever steeds lastiger de opengevallen uren in te vullen.